Kat in een vreemd onderwijshuis.

Sinds augustus van dit schooljaar staat mijn leven als leraar helemaal op de kop. Alle routine is verdwenen en daarvoor in de plaats is er een hoop drukte. Wat heb ik nou weer gedaan?

Sinds 1996 ben ik onderwijzer. Dat wilde ik al worden sinds ik als zesjarige het woord ‘onderwijzer’ ontdekte. Leidend en lief. Precies zoals mijn onderwijzer was in de eerste klas in 1979. Hij was misschien fris en modern, zoals dat hoorde in de jaren ’70, ik weet het niet. Ik voelde me vooral gezien, ik heb veel van hem geleerd en hij heeft me dit vak gegeven door gewoon een voorbeeld te zijn.

Er wordt nogal getrokken aan het woord ‘onderwijzer’. Het is al een tijdje ‘leerkracht’ of zelfs ‘coach’, woorden die ons beroep passiever maken, uithollen. Ik weet geen beter woord dan onderwijzer, wel een woord dat net zo’n positieve lading heeft; ‘leraar’. Hierbij is de associatie ook het overdragen van de wijsheid van het leven. Dat is de kern van ons beroep. Leraren zijn meer dan de overdragers van de wettelijk verplichte kennis. Wij willen de ervaring van het leven delen en dit samen met de kinderen kleuren. We zijn er bij als de kinderen zich vormen, met elkaar of alleen, door de lesstof te kneden en op de toegesneden manier te verdelen. Wij mogen dat doen, wij hebben die autoriteit, die opdracht.

Ik wilde me bemoeien met het lerarenregister. Dat heb ik geweten.

De kinderen gaan elke dag naar school in een verwachting. Wat gaan we doen, wat gaan we leren, wat gaan we oefenen. Hoe kom ik weer een stukje verder, wat begrijp ik straks meer van het leven. Onderwijzen is zuiver en verslavend. Ik merkte dat toen ik ervoor koos iets terug te doen voor dit uitzonderlijk speciale gewone beroep. Ik wilde me bemoeien met het lerarenregister. Dat heb ik geweten.

Het lerarenregister, dat opgedrongen dictaat, moet worden getemd, zo was mijn gedachte eind vorig schooljaar. Ikzelf leer het meest van het lesgeven zelf, van collega’s en het lezen van artikelen. Dit wil ik terugzien in het register. Ik wilde hier een kleine bijdrage aan leveren, ons beroep nog mooier maken door ieders vrije ontwikkeling te waarderen. In overleg met mijn directie kreeg ik voor het eerst in mijn loopbaan dit jaar geen groepsverantwoordelijkheid. Hierdoor ontstond de mogelijkheid te solliciteren in het hol van de leeuw; de onderwijscoöperatie. Ik kende deze club nauwelijks, het kwam op me over als een hiep-hiep-hoera instelling om ongewenst onderwijsbeleid het veld in te masseren. Een mooie uitdaging om iets voor leraren te kunnen betekenen.

Maar er is nog iets, nogal van belang. Ik had mezelf ook opgegeven als verkiesbaar voor de afvaardiging van de deelnemersvergadering. Een hele lange naam voor iets waar ik nog nooit van gehoord had, maar dat nog wel eens van belang zou kunnen worden voor het register. Een handicap was dat je alleen mocht stemmen als je stond ingeschreven bij het vrijwillige lerarenregister. Hierdoor was het bijna onmogelijk je kiezers te vinden, want wie staat er nou ingeschreven? Ik heb een kleine campagne gevoerd in mijn regio via mailing en ik kreeg leuke reacties daarop. Daar zal vast iemand bij hebben gezeten die op me heeft gestemd. Die ene was bijna al voldoende want toen de verkiezingen voorbij waren, bleek dat enkele tientallen stemmen al voldoende was om in de afvaardiging gekozen te worden. Hoeveel stemmen ik uiteindelijk kreeg weet ik niet, wat een deelnemersvergadering precies inhoudt wist ik niet, maar ik zat erin!

Intussen was ik aangenomen door de onderwijscoöperatie. Ik mocht twee dagen als leraar de ‘OC’ vertegenwoordigen. Dat deed ik als redacteur en als ambassadeur. Als ambassadeur was het mijn taak scholen te bezoeken en te vertellen over de nieuwe onderwijswet. In de praktijk betekent dit vooral leraren bekend maken met de wet en onrust sussen over het register. Want er is veel onduidelijkheid over het register. Waar er onduidelijkheid is, gaan mensen zelf invullen. Leraren en directeuren snappen er soms niets meer van en wie kan het ze kwalijk nemen? Als je dagelijks hard met elkaar werkt aan goed onderwijs, komen wazige orders uit Den Haag niet altijd boven op de stapel. Vooral niet als dat door een trucje ‘verkocht’ lijkt te worden door collega-leraren. Dat dat zo overkomt is niet gek, ambassadeurs voelden zich ook steeds meer in die rol. Maar ambassadeurs zijn leraren, zij doen dit uit liefde voor het vak. En als dat gaat schuren, dan gaat het niet.

Wat een sprint met hindernissen heb ik achter de rug. Als beginnend OC-leraar draafde ik dapper mee de eerste weken met de melodie van de organisatie. Ik las alle wetten en statuten, bereidde me voor en sprak heel veel mensen. Als redacteur was ik gestart met een Twitteraccount en twitterde vrolijk wat zaken over bijvoorbeeld het professioneel statuut en de rol van de komende afvaardiging. Nou… nieuw vlees voor de leeuwen! Ik ontmoette een groot aantal felle tegenstanders van de OC en het register. De discussies gingen fel en ik vond het nog leuk ook. Maar ik voelde intussen dat er iets niet klopte.. ik was vooral tegenstand aan het bieden vanwege de tegenstand, niet vanwege de argumenten. Als leraar begreep ik de tegenargumenten goed en naarmate ik me verdiepte in de ‘tegenstanders’, hun achtergrond en beweegredenen, voelde ik steeds meer dat ik aan de verkeerde kant van de lijn stond. Ik besefte dat ik dit ene schooljaar de kans heb als meewerkend leraar in de OC om de organisatie in de richting te krijgen waar het zelf pretendeert de basis te hebben; van, voor en door de leraar!

Als een soldaat sprong ik naar de overkant en begon ik zelf kritisch te twitteren over de OC. Dit werd opgemerkt door medewerkers op het kantoor en leraar-collega’s binnen de OC. Sommigen vonden dat ik te ver ging, anderen vonden het goed dat er van binnenuit kritische geluiden naar buiten kwamen. In dezelfde tijd werd ik gekozen als afgevaardigde voor de deelnemersvergadering en dat gaf wat extra druk op de ketel, want wat zal dat in de praktijk nou weer betekenen? Mijn tijd werd vooral gevuld met het staren naar mijn mobiele telefoon en het reageren op elk piepje en bliepje. Het waren geen hoogtijdagen voor mijn gezin.

Had ik er goed aan gedaan hieraan mee te werken?

Al dat getweet over het register en de OC trok de aandacht van de pers en ik kreeg de gelegenheid al wat ik tegenkwam en wat in mijn ogen niet het belang van de leraar diende, te ventileren in de media. Zo kwam er een artikel in het AD en de regionale kranten. De meeste invloed kreeg een artikel in de Komenskypost. Dit zorgde voor een trilling binnen de OC en bij mezelf. Had ik er goed aan gedaan hieraan mee te werken? Schaadt het medewerkers en leraren niet? Komt de boodschap goed over.. maar vooral; helpt het een bijdrage te leveren aan een positieve verandering? Nadat dit artikel was geplaatst, heb ik mijn eerste echte ‘grens’-gesprek met een OC-medewerker gevoerd. Hij vond het lastig om me als ambassadeur naar scholen te sturen in een tijd dat het al zo moeilijk is om een heldere boodschap met leraren te delen. Tegelijk kreeg ik eindelijk de signalen dat organisatie veranderen wil. Het bestuur stelde een kwartiermaker aan met een grote opdracht; het onafhankelijk doorlichten van de organisatie en deze zelf mede hervormen. Daarnaast ontving ik steun voor mijn openheid van leraren en medewerkers en spraken zij de wens en de hoop uit dat de organisatie zal veranderen.

Intussen heeft de minister uitgesproken hoeveel belang hij hecht aan de Deelnemersvergadering en de afvaardiging. Deze club zal de nieuwe Wet Beroep Leraar gaan inkleuren en we zullen hier een hele kluif aan hebben. De reden van bestaan van de onderwijscoöperatie komt hiermee in een heel ander licht te staan en daarmee ook de hele organisatie, men zal de Deelnemersvergadering faciliteren en/of zich moeten beperken tot ontwikkelbeurzen en promotie-activiteiten. Het veranderen richting ‘de leraar’ wordt een moetje. Men heeft mij gevraagd of ik me dit schooljaar wil blijven inzetten als leraar-redacteur van de OC. Na een korte bezinningsperiode stem ik hier graag mee in. Ik heb mede de OC met mijn openheid een zetje gegeven, dan wil ik ook de handschoen oppakken om hierbij verder te helpen.

De OC komt naar je toe! 

De wereld van het onderwijsbeleid mag meer doordrenkt zijn met wat er leeft in scholen. Er mag meer gelezen en gedeeld worden van, voor en door de leraren. Op mijn ‘OC-donderdag’ wil ik vooral scholen bezoeken en met leraren praten over professionalisering en beroepseer. Hierover wil ik artikelen schrijven waar leraren zich in kunnen herkennen en waar beleidsmakers en andere medewerkers van kunnen leren hoe wij met ons vak en onze professionalisering omgaan. Daarnaast blijf ik actief op Twitter, minder ‘activistisch’ maar wel scherp en alert. Kijk maar eens op @meesterjoost. Voor de volledigheid heb ik hieronder het artikel uit de Komenskypost overgenomen, met dank aan Jan Lepeltak.

Volgend schooljaar werk ik weer mijn volledige week in een eigen groep op mijn basisschool. Als onderwijzer mis ik deze verantwoordelijkheid. Wie had dat gedacht.

Veel plezier met dit Blog!

 

#vanvoordoor Interview met een OC-ambassadeur

De blokkade door met name de vakbond AOb op de benoeming van leraar Jan van de Ven als voorzitter van de Onderwijscoöperatie laat diepe sporen achter bij leraren en betrokkenen. De benoemingscommissie droeg Jan van de Ven, onder meer de man achter de grote onderwijsdemonstratie in september, unaniem voor. Men kan slechts raden naar de echte motieven van de bond.

Dat de houding van de bonden onder aanvoering van de AOb zou leiden tot veel tumult was te verwachten.  Van de Ven is zeker geen tegenstander van een OC, maar vindt dat deze echt door leerkrachten moet worden geleid en niet door vakbondsbestuurders. Zijn ideeën komen neer op een OC die geheel los staat van OCW. Het zijn de bonden die zich met rechtspositie en salarissen bezighouden terwijl de OC vooral voor de inhoud gaat een breed draagvlak in het veld geniet.  Het ‘voor en door’ de leraren moet reële vorm krijgen.
Het is om die reden dat een aantal leraren uit po, vo en mbo kortgeleden bijeenkwam met de vraag hoe nu verder.  Van de aanwezigen waren sommige vakbondslid, bijvoorbeeld bij de AOb of Leraren in Actie (LIA). Onder de voorlopige titel ‘#vanvoordoor’ zijn plannen gemaakt voor een werkelijk onafhankelijke lerarenvertegenwoordiging.  Een kernvraag was: kunnen we nog verder met de huidige OC? Het antwoord was negatief. De directe sturing door de vakbonden en de nauwe relaties met het ministerie van OCW en de bijbehorende geldstromen (‘Wie betaalt, bepaalt”?) vormen een beletsel.
#Vanvoordoor wil dat de beroepsvereniging zich bezighoudt met de inhoud van het onderwijs waarbij als gesprekspartner de bestuurlijke sectorraden en de wetgever kunnen zijn. Het zijn de vakbonden die zich concentreren op de arbeidsvoorwaarden.  Beroepsvereniging en bonden kunnen elkaar versterken en hebben invloed op elkaar maar uiteindelijk is de beroepsvereniging onafhankelijk en legt zij uitsluitend verantwoording af aan de leraren.  Vooralsnog is #vanvoordoor een beweging, een actiegroep en geen hechte organisatie. Men sluit niet uit dat de OC zich ‘schoont’ maar dan zullen er stevige veranderingen dienen plaats te vinden, zo meent ook Joost van Heel die als leraar po nog steeds OC-ambassadeur en redacteur bij de OC is.

Hoe kijk jij terug op de afgelopen weken en je werk bij de OC na alle publiciteit?

Ik werk sinds eind augustus van dit jaar twee dagen in de week voor de OC. Daarnaast sta ik voor groep 4 in het basisonderwijs, na jaren groep 8, en heb ik ouderschapsverlof opgenomen. De afgelopen weken waren bijzonder hectisch en bij vlagen verwarrend. De OC is een belangenorganisatie. De belangen buitelen over elkaar heen; de vlag hangt uit voor het belang van de leraar, maar dit blijkt vooral een symbolisch belang te zijn. Het belang van OCW is evident, zij betalen dus zij bepalen. Dan gaat het over allerlei projecten waarvan het register het belangrijkste is. Dan is er nog het belang van het bestuur, de vakbonden en platforms. Hierbij spelen invloed en subsidiestromen een grote rol. Deze positie willen de bonden natuurlijk niet kwijt en zij verdedigen deze dan ook ferm. Verder is er het belang van de directie, het MT, dat geklemd zit tussen al de voorgaande belangen en het uitvoerende bureau. Het MT, overigens goed betaald, heeft vooral als belang dat de OC niet teveel schade lijdt in deze rumoerige tijd. Mijn werk bij de OC is soms onoverzichtelijk omdat de hiërarchie en de structuur niet altijd duidelijk is. Er werken veel mensen met verschillende petten op, adviseurs van OCW in onduidelijke rollen, bureaumedewerkers die van functie wisselen waardoor er ‘gaten’ vallen, geen leraren op beslissende plekken.

De leraren zijn het uithangbord en de etalagevulling

Ik werk hier omdat de OC mijn beroepsgroep zou moeten vertegenwoordigen; ‘van, voor en door de leraar’ staat er als ondertitel op het logo. Niets is minder waar. De leraren zijn het uithangbord en de etalagevulling. De bureaumedewerkers zijn dienstbaar aan de leraren, ze willen niets anders. Maar de hachjes en belangen van andere betrokkenen dan de leraar trekken zo hard aan de organisatie dat de doelstelling waar het voor is opgericht totaal onherkenbaar is. Als meewerkend leraar moet ik hiertegen wel weerstand bieden, samen met andere betrokken leraren binnen en buiten de OC. We hebben elkaar gevonden via Twitter en op de OC. De meeste leraren hebben een fulltime baan en zetten zich volledig in eigen tijd in voor het belang van een onafhankelijke beroepsgroep-vertegenwoordiging. Heel wat uren zijn er gaan zitten in het uitpluizen en omwoelen van misstanden en dit via Twitter delen met elkaar. Zelfs de wet openbaarheid van bestuur is er aan te pas gekomen, aangevraagd door actieve leraren buiten de OC.

Voor mij persoonlijk was het een achtbaan. Maar ik denk dat veel leraren die betrokken zijn bij de OC worstelen met hun rol; hoe kunnen we het ‘van, voor en door de leraren’ naar scholen uitdragen als we onszelf een pion voelen van de beleidsmakers op afstand? De zinsnede ‘leraren willen zich helemaal niet bezighouden met beleid’ van de vorige bestuursvoorzitter is voor mij een motivatie om een groter bestuur bestaande uit actieve leraren te vormen. De afwijzing van Jan van de Ven en zijn ideeën voor de OC, is voor ons de aanleiding geweest om elkaar op te zoeken en een beweging te vormen. Deze beweging komt direct voort uit de ‘inactie’ groeperingen, we hebben ook contacten met elkaar. Het is een emancipatorische beweging van leraren waarbij de beroepseer en eigenaarschap centraal staan. We claimen ons vak terug.

Wat is jouw verhaal wanneer je als je ambassadeur op scholen komt?

Het verhaal dat ik vertel is geen ondergraving van de OC. Dat zou ook gek zijn, als ambasssadeur. Ik vertel over de nieuwe onderwijswet en de mogelijkheden die deze wet biedt voor zeggenschap over de vorm en inhoud  van het vak. Hierbij hoort informatie over de gekozen groep leraren, de afvaardiging van de deelnemersvergadering, die het mandaat krijgt om het lerarenregister inhoud te geven. Ik vertel hierbij wel dat er nog veel onduidelijkheden zijn en dat pas over enkele jaren duidelijk zal worden hoe het register eruit zal komen te zien. Het goede nieuws is de invloed die leraren kunnen hebben op het proces. Deze invloed is deels formeel via de deelnemersvergadering, maar dat moet nog goed uitwerken. Deels is deze invloed ook anders, bijvoorbeeld via sociale media. De macht van leraren is groter dan men denkt. De collega’s van PO-inactie begonnen ook op een namiddag op een terrasje in Arnhem. Beleidsmakers op alle niveaus moeten MET leraren denken over lerarenbeleid, in plaats van OVER leraren. De toon moet ook anders. Dit kan op deze manier ter sprake komen op scholen, maar dat hoeft niet. Vaak willen teams even horen hoe het nu zit met die nieuwe wet, en dan weer hard aan het werk. Als leraar begrijp ik dat volledig. Daar maken de beleidsmakers echter gebruik van, ‘de leraren willen zich niet bezighouden met beleid’. Tja.

Je bent zelf ook lid van een vakbond CNV-onderwijs. Hoe ervaar je de opstelling van je bond?

Ik ervaar de CNV als een hele fatsoenlijke en brave bond. Niet te hard roepen, lief zijn voor de verschillende partijen. Dat is een houding die me aanspreekt, maar waar je niet altijd ver mee komt. In dit geval denk ik dat binnen de OC de meer activistische AOb de ruimte heeft gepakt. Vorig jaar heeft de CNV een nieuwe voorzitter gekozen, Loek Schueler. Zij moest zich inwerken en de OC lag wellicht niet bovenop de stapel. In deze tijd is er echter veel gebeurd en de AOb heeft met Liesbeth Verheggen een voorzitter die de leiding van het bestuur van de OC naar zich toe heeft getrokken in de tijd dat de OC geen voorzitter heeft. Er wordt ook geen haast mee gemaakt.

Ik denk dat het heel goed is als de CNV durft te kiezen voor een lerarenbestuur en een lerarenafvaardiging in de OC plaatst. Een andere optie is dat Schueler een leraar met hetzelfde mandaat meeneemt en het bestuur dus uitbreidt met het verzoek aan de andere partijen om hetzelfde te doen. Dat zou een mooie eerste stap zijn, ik acht de CNV een goede partij om hier een verstandig besluit in te nemen.

Heb je als actief CDA-lid nog geprobeerd ook jouw partij bij de OC-perikelen te betrekken?

Ik ben in Den Haag geweest bij Michel Rog, dat was nog in een stadium dat ik nog minder ver in de materie zat en alle hoop op de deelnemersvergadering had gevestigd. Later heb ik hem nog gesproken op het lerarencongres. Intussen zie ik in dat het dieper zit en dat de OC als geheel een veranderingstraject nodig heeft of, nog drastischer, vervangen moet worden door een geheel nieuwe onafhankelijke beroepsvereniging. Ik denk dat de politiek een belangrijke rol heeft in het huidige proces. Er zullen wat ons betreft nog gesprekken volgen met alle partijen, verschillende mensen binnen #vanvoordoor hebben goede contacten binnen de politiek.

Als je moest kiezen tussen je leraarschap en je ambassadeurschap, wat zou je keuze dan zijn? Licht je keuze toe.

Ik ben leraar uit liefde voor onderwijs. Met mijn school en bestuur houd ik wekelijks goed contact en ik krijg alle ruimte. Het werkelijke leven speelt zich voor de leraar af in het klaslokaal, met de kinderen, de ouders en de collega’s. Veel beleidsmakers hebben daar geen idee van.

Jan Lepeltak

 

 

 

 

Over de blogger

John Doe

Joost van Heel

SamSam
Als redacteur van de Onderwijscoöperatie houd ik me bezig met het vertalen van informatie naar de leraren, het volgen van ontwikkelingen en het adviseren van het bureau. Hierbij draait …

Plaats een reactie

Andere blogposts

Pagina delen