De Onderwijscoöperatie gaat verder met verdiepingsfase Onderwijs2032

De discussie over een nieuw onderwijsprogramma gaat alle leraren aan. Daarom is de Onderwijscoöperatie bezig met een verdiepingsfase naar aanleiding van het voorstel Onderwijs2032. Gezien het belang van die discussie, gaat de Onderwijscoöperatie daarmee door, ook nu Beter Onderwijs Nederland zich terugtrekt uit het project.

De Onderwijscoöperatie vindt het van groot belang dat het gesprek met leraren gevoerd wordt over het rapport van de commissie Schnabel en de rol van leraren bij curriculumontwikkeling. De Tweede Kamer en de staatssecretaris hebben een beroep op de Onderwijscoöperatie gedaan om dit gesprek te organiseren. De Onderwijscoöperatie – bestaande uit AOb, CNV Onderwijs, FvOv, Platform VVVO en BON – heeft deze handschoen begin dit jaar opgepakt omdat het van wezenlijk belang is dat de beroepsgroep meepraat. Het gaat om hun beroep, hun programma.

Daarom zijn digitale dialogen, focusgroepgesprekken, bijeenkomsten in het land en gesprekken en enquêtes op scholen georganiseerd. De opbrengsten van al deze activiteiten worden momenteel grondig geanalyseerd. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de expertise van verschillende onderzoekers. Op basis van alle analyses wordt het advies volgens afspraak aan de staatssecretaris opgesteld.

Beter Onderwijs Nederland, een van de partijen binnen de Onderwijscoöperatie, heeft ervoor gekozen niet langer bestuurlijke verantwoordelijkheid voor deze aanpak en het advies te willen dragen. De andere organisaties binnen de Onderwijscoöperatie gaan wel door. Zij vinden het belangrijk dat het gesprek over het onderwijsprogramma door leraren gevoerd wordt. Het tijdpad is zeer krap, de opgave zeer ingewikkeld, maar de inbreng en positie van leraren is cruciaal.