Professionele ruimte op Ameland

Voor een presentatie ben ik op Ameland bij de Burgemeester Waldaschool, de opleiding voor beroeps- en algemeen voortgezet onderwijs. Bernard Kamsma is schoolleider, Marco Mosterman leraar en met z’n drieën zitten we om tafel om na te praten over mijn presentatie over de Wet Beroep Leraar en het Lerarenregister.

Marco praat vol enthousiasme over zijn school en geeft aan dat de Burgemeester Waldaschool er in principe voor alle leerlingen van het eiland is. Dit is ongeacht welk soort onderwijs leerlingen na de basisschool willen volgen. De school is met 168 leerlingen een kleine school, maar heeft wel een breed aanbod. Om leerlingen van goed onderwijs te voorzien hebben schoolleiding en leraren naar mogelijkheden gezocht om invulling te geven aan de niveauverschillen. Dus als er ergens een plek is waar differentiëren in het voortgezet onderwijs gestalte krijgt, dan is het hier wel.

“Met een slagingspercentage van 100% doen we het goed, volgens Bernard. Voordeel voor ons is dat we ons onderwijs heel nauwkeurig op ons leerlingenaanbod kunnen afstemmen. Dat aanbod verschilt jaarlijks niet veel, mede omdat er geen nabijgelegen VO-scholen zijn”. “Leerlingen volgen hier vaak de theoretische leerweg en kunnen daarna door naar het vaste land. Wie wil en de capaciteiten heeft doet dat ook. Daarover hebben we goede afspraken gemaakt met scholen op het Friese vasteland. Onze leerlingen kunnen meestal goed de aansluiting vinden bij zo’n school.”

Bernard en Marco volgden de informatiesessie over de wet Beroep Leraar en het register zeer kritisch. Zij zitten niet om het register te springen, omdat alles wat de wet beoogt op deze school al gedaan wordt. Wel komt het probleem van de nascholing aan bod. Het is niet zo makkelijk om vanaf het eiland op tijd in het midden van het land te zijn voor een formele cursus. Wil je je toch aan wal nascholen, dan kan dat. Algemeen geldt dat wat goed is voor de ontwikkeling een docent wordt gehonoreerd. “Naar mijn mening is de schoolleider verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs en met nascholing hou ik die kwaliteit op peil”, aldus Bernard. Met goede wil en een gemotiveerde leraar komen we het verst, wat dat betreft weerhoud ik niemand van na- of bijscholing.”

Bij de rondgang door de school vertelt Marco dat ieder leerjaar een eigen ruimte heeft. Met flinke groepen, want in het eerste leerjaar zitten 50 leerlingen bij elkaar. Drie leraren staan tijdens een lesuur van 45 minuten voor de groep (meestal zijn het twee gekoppelde lessen). Per klas wordt de onderlinge werkverdeling geregeld. Bij differentiëren hoort een voortdurende monitor om het niveau te bewaken. Daarbij hebben de mentoren een belangrijke rol. Het reilen en zeilen in de klas en de diverse problemen komen daardoor al snel naar boven. “In de klassen werken leraren intensief samen, aan peer review doen we als het ware dagelijks. In onze school hebben wij alle ruimte om de lessen naar beste weten in te richten”, aldus Marco.

Marco vervolgt: “Wij vinden dat leerlingen het naar hun zin moeten hebben. We proberen ze dan ook mee te geven dat deze school er voor ze is.” En om te laten zien dat we leerlingen serieus nemen, krijg ik de uitnodiging om de volgende ochtend om 10.00 uur een kop koffie te komen drinken. Nog voordat mijn boot van Ameland vertrekt ga ik er opnieuw langs. Het wordt al snel duidelijk dat de kantine er voor de leerling is. Als ze de klaslokalen uitstromen gaan ze zonder aanwijzing ergens in groepjes bij elkaar zitten. “Deze leerlingen en de ruimte die wij krijgen om ons onderwijs in te richten maken dat ik hier erg graag werk”, betoogt Marco.

Over de blogger

John Doe

Aad van der Drift

Zernike College
Ruim 30 jaar is Aad van der Drift betrokken bij het onderwijs. Als docent Aardrijkskunde en Maatschappijleer zag hij snel de mogelijkheden van ICT en was hij geboeid in wat dat voor gev…

Plaats een reactie

Andere blogposts

Pagina delen